De Heks en de Draak
De heks vertelt het geheim van de draak
Sem, Lot en de draak
zijn in de hut van de heks.
De hut is klein.
Er hangt een lamp.
Er staat een grote schaal.
“Ga maar op de bank,” zegt de heks.
”Dan maak ik een drank.”
De heks pakt een schaal.
Ze doet er iets in.
Het schuimt en het dampt.
“Drink maar op,” zegt de heks.
Sem drinkt.
Lot drinkt.
Mmm, het is zoet!
De draak kijkt naar de schaal.
Hij wil ook wat.
”Nee,” zegt de heks.
”Jij bent al sterk.”
De heks kijkt naar de draak.
”Ik ken jou,” zegt ze.
”Jij komt van de berg.”
“De berg?” vraagt Lot.
”Ja,” zegt de heks.
”Daar wonen meer draken.
Jouw draak is een prins!”
De draak kijkt blij.
Sem kijkt naar Lot.
Een drakenprins!
“Maar hij is nog klein,” zegt de heks.
”Hij moet nog veel leren.
Hij moet leren vliegen.”