Illustratie bij De Draak Kan Vliegen
Oefen samen: vleugelbangschrik

De Draak Kan Vliegen

De draak leert vliegen bij de heks

De heks neemt hen mee naar buiten.
”Kom,” zegt ze.
”We gaan naar de heuvel.”

De draak kijkt omhoog.
De heuvel is hoog.
Hij is een beetje bang.

“Jij hebt vleugels,” zegt de heks.
”Kijk maar.”
De draak kijkt naar zijn rug.

Ja! Daar zijn twee vleugels.
Ze zijn klein en goud.
Ze schitteren in de zon.

“Spring maar,” zegt de heks.
De draak kijkt naar beneden.
Hij durft niet.

“Toe maar,” zegt Sem.
”Wij zijn hier.”
Lot knikt.

De draak haalt diep adem.
Hij springt!
Hij valt…

Nee, wacht!
Zijn vleugels gaan open.
Hij vliegt!

“Kijk!” roept Lot.
”De draak kan vliegen!”
Sem zwaait naar de draak.

De draak schiet door de lucht.
Hij maakt een rondje.
Dan landt hij bij Sem en Lot.

“Goed zo,” zegt de heks.
”Nu ben je klaar.
Je kunt naar huis.”

De draak is blij.
Hij likt Sem en Lot.
Wat een dag!