de heks in het bos
ze ontmoeten de wijze heks
sem, lot en de gouden draak
lopen door het bos.
het is mooi in het bos.
de zon is er.
de lucht is blauw.
dan ziet lot iets.
”kijk!” roept lot.
”daar is een hut!”
de hut is oud.
de hut is klein.
er is rook.
“wie is daar?” vraagt sem.
de deur gaat open.
en daar is…
een heks!
maar de heks is niet boos.
de heks is lief.
de heks lacht.
“hoi!” zegt de heks.
”ik ben de heks van het bos.
kom gauw naar mijn hut!”
sem kijkt naar lot.
lot kijkt naar de draak.
de draak kijkt naar de heks.
“goed,” zegt sem.
”wij gaan mee.”
en zo gaan sem, lot en de gouden draak
naar de hut van de heks.
wat zou daar zijn?