De Prins
Er komt een prins op een wit paard
Fee kijkt uit het raam.
De zon schijnt.
En er komt iemand aan.
Het is een Prins!
De Prins zit op een wit paard.
Het paard heeft een gouden bel.
De Prins zwaait naar Fee.
”Dag Fee!” roept hij.
”Ga je met mij mee?”
“Waarheen?” vraagt Fee.
”Naar mijn Schip,” zegt de Prins.
”We gaan naar zee.”
Fee pakt haar tas.
Ze doet een sjaal om.
Ze geeft de kikker een kus.
“Tot gauw!” zegt ze.
”Pas goed op het huis.”
De kikker kijkt sip.
Hij wil ook mee.
Hij wil ook naar zee.